Nationale Plantentuin van België



Banaan
(Musa acuminata en Musa balbisiana)

  • Banaanfamilie (Musaceae)
  • Herkomst : Zuidoost-Azië
  • Waar te zien in de Plantentuin : In verschillende kassen van het Plantenpaleis zoals de Lentekas, Mabundu, kas C en in open lucht nabij de Oranjerie.

Banaanplantage (Musa acuminata) in Guadeloupe

Bananen zijn ontegensprekelijk van de belangrijkste tropische vruchten. De totale produktie bedroeg in 1992 (bananen en platanen samen) 66 miljoen ton, enkel citrusvruchten worden in grotere hoeveelheden geteeld. Rijpe bananen zijn zeer rijk aan kalium en suikers. Ze zijn zeer voedzaam (90 Kcal/100g). Door hun laag vetgehalte zijn de vruchten makkelijk verteerbaar. Ze worden dan ook rauw gegeten. Op de plantages worden de onrijpe, groene, bananen geplukt en onmiddellijk verscheept naar de afzetmarkten. Tijdens het transport rijpen de vruchten verder. Soms wordt dit rijpingsproces gestimuleerd door het natuurlijk plantenhormoon, ethyleen, aan de vruchten toe te voegen. Dit gasvormig hormoon wordt onder natuurlijke omstandigheden door de plant zelf aangemaakt. Een ander type van banaan, de "plataan" of bakbanaan bevat een hoger gehalte aan zetmeel en is niet geschikt voor rauwe consumptie. Ze moet gebakken of gekookt worden.

Veredeling door de eeuwen heen
De wilde vormen (Musa acuminata en M. balbisiana) waar alle variëteiten van afstammen, worden enkel nog aangetroffen in Maleisië. De domesticatie gebeurde reeds duizenden jaren voor onze jaartelling. Al heel snel werd de bananen-plant verspreid over alle tropische en subtropische gebieden. De bananen die wij nu telen hebben dus genen van beide soorten in hun "bloed", dit is het resultaat van de vele honderden jaren selectie, een soort biotechnologie "avant la lettre". Vandaag loopt deze veredeling nog steeds verder. In het Laboratorium voor tropische Plantenteelt van Prof. Swennen aan de K.U.Leuven worden, met moderne biotechnologische technieken, bananenrassen geteeld met een verhoogde resistentie tegen schimmelinfecties. Hier bevindt zich ook een zeer uitgebreide banaan-genenbank.

De plant
Alhoewel de bananenplant behoorlijk hoog wordt, tot 9 meter, is het geen echte boom. Er wordt namelijk geen verhoute stam gevormd. Wat wij zien als de stam van de plant zijn eigenlijk grote bladstelen. Deze overlappen elkaar gedeeltelijk en vormen zo een dragende structuur, een schijnstam. Aan het uiteinde van deze bladstelen staat een grote langwerpige bladschijf met een duidelijke middennerf. Deze bladschijven kunnen tot 4 meter lang en 1 meter breed worden. De stengel van de bananenplant is zeer kort en bevindt zich volledig ondergronds. De stengel vormt een grote massa van fijne lange wortels die zeer dicht onder het bodemoppervlak blijven.

Bloeien en sterven
Op een leeftijd van ongeveer 1,5 jaar kan een bananenplant gaan bloeien. De ondergrondse stengel vormt dan een bloeiwijze die door de holle schijnstam heen groeit en tussen de bladeren uitkomt. Aanvankelijk staat de bloeiwijze rechtop, later zal ze, door het gewicht, gaan overhangen. De bloemen aan het uiteinde van de bloeiwijze zijn mannelijk, deze aan het binnenste einde zijn vrouwelijk. Hieruit ontstaan de vruchten. Tussen de mannelijke en de vrouwelijke bloemen kunnen nog steriele tussen-vormen voorkomen. De bloemen staan in dubbele dwarse rijen ingeplant op de bloeisteel. Elke rij wordt beschermd door een paars schutblad. Dagelijks zal er schutblad oprollen of afvallen, de vrijgekomen bloemen kunnen dan bestoven worden.. In de natuur voeren vleermuizen de bestuiving uit. Elke bananentros kan uit wel 200 aparte bananen bestaan. Bananen worden meestal verkocht in karakteristieke dubbele trosjes. Elk trosje ontstaat uit een dubbele rij vrouwelijke bloemen. De huidige banaancultivars vormen vruchten zonder dat er een bestuiving aan te pas komt, ze zijn parthenocarp. Onze bananen bevatten dan ook geen zaden, in tegenstelling tot de wilde soorten waar de vruchten vol zitten met harde hoekige zaden. Na de bloei zal de plant afsterven. Tegelijk worden er echter vanuit de ondergrondse stengel zijscheuten gevormd, deze worden afgenomen en opgekweekt tot nieuwe planten.

Zelf kweken
Van de eetbare bananen kan men alleen de dwergbanaan (M. acuminata cv. 'Dwarf Cavendish') makkelijk kweken. Deze variëteit blijft vrij klein, 2 meter maximum. De plant verlangt veel water, veel voedsel, een hoge luchtvochtigheid en veel licht. De dwergbanaan is niet zo gevoelig aan lage temperaturen, in de winter is een minimale temperatuur van 10°C voldoende. Andere, wilde bananensoorten kunnen op een gelijkaardige wijze geteeld worden. M. textilis (waaruit men vezels wint) en M. basjoo kunnen in een kleine kas geteeld worden.

Literatuur
Jenuwein, H. (1988) Avocado, Banana, Coffee. How to grow useful exotic plants for fun. British Museum Natural History.
Pijpers, D., Constant, J.G. & Jansen, K. (1985) Fruit uit alle windstreken. Het Spectrum.
Purseglove, J.W. (1972) Tropical crops : Monocotyledons. Longman.
Verheij, E.W.M. & Coronel, R.E. (eds) (1991) Plant resources of South-East Asia vol. 2 Edible fruits and nuts. Pudoc Wageningen.

Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Nationale Plantentuin van België
Domein van Bouchout
B-1860 Meise