De plant
De avocadoboom groeit uit tot 20 m en beantwoordt aan ons courante "boommodel", een stam met zijtakken. De boom is immergroen en draagt spiralig ingeplante bladeren. Deze bladeren zijn zeer variabel van vorm, ovaal langwerpig tot rond en staan op korte bladsteeltjes. De boom wortelt zeer oppervlakkig ; bijzonder is dat de wortels zeer weinig wortelhaartjes hebben. Dit zijn kleine orgaantjes waarmee alle planten water opnemen. De avocadoboom is dus slecht in staat om water op te nemen en heeft een grote behoefte aan een regelmatige watertoevoer. Nochtans heeft hij een hekel aan stilstaand water rond de wortel. 24 uur kletsnat staan is al voldoende om het wortelstelsel te doen rotten. De plant verlangt dus een zeer goed doorlatende bodem. Een lage bodemtemperatuur is eveneens funest voor de plant.
Rassen en teeltwijze
Er worden drie ecologische rassen van de avocadoboom onderscheiden. Elk ras heeft andere karakteristieken. Het Mexicaanse ras is het meest koudebestendig. Het lijkt nog het meest op de wilde voorouder en wordt op grotere hoogte in Mexico gevonden. Het Guatemalteekse ras wordt meer zuidelijk in Centraal-Amerika gevonden en is minder bestand tegen koude. Het West-Indische ras tenslotte heeft een grote behoefte aan warmte. Alle rassen kruisen vlot met elkaar en de meest geteelde vormen zijn hybriden tussen de verschillende rassen. De "Fuerte"-variëteit is een kruising tussen het Mexicaanse en het Guatemalteekse ras en wordt tegenwoordig het meest verbouwd. Van de wilde vorm wordt nog slechts de onderstam gebruikt. Hierop worden dan de veredelde rassen geënt.
Zelf kweken
De grote zaden kunnen gebruikt worden om planten uit op te kweken. Het zaad moet goed gewassen worden en kan dan geplant worden, met de punt omhoog, in normale potgrond. Laat het overgrote deel van het zaad boven de grond uitsteken. Geef een beetje water en dek de pot af met een transparant plastieken zak. Plaats het geheel op een lichte, warme plaats, echter niet in de volle zon. Na verloop van tijd zal de pit opensplijten en komen de nieuwe blaadjes tevoorschijn. Pas na het vierde blaadje kan men de plastieken bescherming weghalen. Laat de restanten van de pit rustig wegrotten. Wanneer ze te vroeg van de jonge plant weggehaald worden kan dit de plant beschadigen. Soms laat men de zaden ook bewortelen door ze een tijd lang boven water te plaatsen (zoals bij het forceren van hyacinthenbollen). Later worden de planten dan opgepot. De wortels die op deze manier ontstaan zijn echter niet altijd bestand tegen een ondergronds bestaan. De plant moet steeds warm staan en heeft behoefte aan een hoge luchtvochtigheid, anders worden de bladranden bruin. Door regelmatig te snoeien en niet teveel te bemesten kan u jaren plezier beleven aan uw Persea americana.
Literatuur
Jenuwein, H. (1988) Avocado, Banana, Coffee. How to grow useful exotic plants for fun. British Museum Natural History.
Pijpers, D., Constant, J.G. & Jansen, K. (1985) Fruit uit alle windstreken. Het Spectrum.
Plotkin, M.J. (1995) In de leer bij de sjamanen.
Purseglove, J.W. (1968) Tropical crops : Dicotyledons, Volume 1. Longman
Verheij, E.W.M., Coronel, R.E. (eds) (1991) Plant resources of South-East Asia vol. 2 Edible fruits and nuts Pudoc Wageningen.
Walleyn, R. (ed) (1993) Mexico. Planten voor het volk. Nationale Plantentuin*.
* te koop in de Tuinwinkel of te bestellen via onze website
Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).
Nationale Plantentuin van België
Domein van Bouchout
B-1860 Meise