Plantentuin Meise

 Wie zijn we?

Onze geschiedenis | Français | English

Voor de Franse Revolutie was er slechts één botanische tuin in België nl. deze van de Katholieke Universiteit Leuven. De Oostenrijkse keizer Jozef II bracht de Leuvense Universiteit over naar Brussel in 1788 en daarmee werden ook plannen gemaakt om een botanische tuin te stichten ten zuiden van de stad. Pas tijdens de Franse Revolutie werd er werkelijk een Brusselse plantentuin opgericht, waarschijnlijk om de verzameling van het Hof van Nassau te redden (1796). Deze tuin was gelegen op de 'Hofberg' en werd door de eerste directeur vanaf 1797 'Le Jardin Botanique de Bruxelles' genoemd. De tweede directeur, Adrien Dekin, verrijkte deze plantenverzameling door serres met tropische planten te laten bouwen. Beroemde botanici van die tijd zoals G. Cuvier, C. van der Vijver en De Candolle hebben deze tuin met een bezoek vereerd. Na zijn overlijden in 1823, werd Dekin door Pierre Nyst opgevolgd.

Tijdens de Nederlandse overheersing, in 1826, moest deze tuin wijken voor de grote industriële tentoonstelling van 1830; op deze plaats werd later de huidige Koninklijke Bibliotheek gebouwd. Om de verzamelingen van de 'Hofberg'-tuin te redden werd de n.v. 'Koninklijke maatschappij van kruid-, bloem- en boom-kwekerije der Nederlanden' opgericht. Deze maatschappij bouwde een nieuwe botanische tuin uit in het, toen nog, landelijk gebied tussen het huidige Rogierplein en de Schaarbeekse Poort (nu de Koningsstraat). De inhuldiging van het nog steeds bestaande neoclassisistische gebouw gebeurde in september 1829.

De activiteiten van deze naamloze vennootschap waren in de eerste plaats van economische aard. Er werd veel belang gehecht aan de ontwikkeling van een band met de kolonies der Nederlanden (Oost-Indië, nu Indonesië, ...). De Belgische onafhankelijkheidsstrijd was nefast voor de financiële toestand van de maatschappij. Er werd bovendien aanzienlijke schade berokkend aan de serres waarin de Nederlandse troepen zich verschanst hadden.

Na de Belgische Omwenteling, werd de naam van de maatschappij gewijzigd in 'Société Royale d'Horticulture de Belgique' (1837). De financiële problemen bleven echter voortduren; zelfs de opbrengsten van de eerste grote amputatie van de tuin (verkoop van gronden voor de bouw van het Brusselse Noordstation) konden niet baten. Door tussenkomst van Barthélemy Dumortier, staatsman en botanicus, werd het geheel niettemin gered: tuin en gebouw werden door de Belgische Staat gekocht in (1870). De 'Jardin botanique de l'Etat / Rijksplantentuin' was geboren.

Vanaf dat ogenblik was de hoofdopdracht wetenschappelijk onderzoek in plantkunde en tuinbouw. Vanaf het einde van de 19de eeuw werd veel aandacht geschonken aan de Flora van Midden-Afrika. Dit werd nog versterkt door de intergratie van het herbarium van het toenmalige 'Kongomuseum' (nu Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, te Tervuren) in de collecties van de Plantentuin (1934).

De collecties van de Plantentuin werden steeds omvangrijker, de beschikbare ruimte in een intussen verstedelijkte omgeving steeds geringer. De bouw van de ondergrondse verbinding tussen de treinstations Noord en Zuid zorgde voor een tweede grote verminking en verkleining. Deze keer werd voor een oplossing gezorgd: in 1938 kocht de Belgische Staat van de koninklijke familie het Domein van Bouchout. Vanaf 1 januari 1939, kwam het goed ter beschikking om er de Jardin Botanique de l'Etat / Rijksplantentuin te vestigen.

Het Domein van Bouchout ligt in de gemeente Meise, bij Brussel en is vandaag 92 ha groot. Het bestaat uit de omringende landerijen van het kasteel van Meise en het kasteel van Bouchout, door Koning Leopold II voor zijn zus Charlotte, de Keizerin van Mexico, in één landgoed verenigd. Reeds in 1939 werden de eerste gebouwen en kweekkassen opgericht en verhuisden de eerste planten van Brussel naar Meise. Ook de 'Balatserre' werd vanuit Brussel overgebracht naar de huidige locatie in het Herbetum. Deze serre, die oorspronkelijk ontworpen werd voor de Brusselse Zoo in het Leopoldpark en achteraf in de Brusselse plantentuin gebruikt werd voor de kweek van de reuzenwaterlelies Victoria amazonica, wordt nu gebruikt voor vorstgevoelige planten. De serre is van de hand van architect Alphonse Balat die ook de vermaarde Koninklijke Serres van Laken en vele andere interessante gebouwen in Brussel ontwierp.

De Tweede Wereldoorlog vertraagde de verdere overbrenging, maar na de oorlogsjaren werden de activiteiten hervat. Tijdens de oorlog werd het Kasteel van Meise volledig verwoest; alleen de oranjerie en een aantal kleinere gebouwen bleven bewaard. Het voormalige Kasteel van Bouchout heeft de tand des tijds moeten trotseren onder verschillende gedaanten (de oudste toren dateert van de 14de eeuw). De bouw van het grote 'Plantenpaleis' begon in 1947. In 1967 veranderde de officiële naam van het instituut in 'Nationale Plantentuin van België / Jardin Botanique National de Belgique'. Het gebouw dat onderdak biedt aan het herbarium en de bibliotheek werd voltooid in de jaren zestig. Het herbarium breidde zo snel uit dat er tussen 1985 en 1987 een nieuwe vleugel werd opgetrokken. Hierin werd het departement Cryptogamen (Bryophyten en Thallophyten) met bijbehorende mycologische, bryologische en phycologische collecties ondergebracht.

Heel de geschiedenis door zijn levende collecties, het herbarium maar ook de output van het wetenschappelijk onderzoek in grote mate toegenomen.

Op 1 januari 2014 werd de Plantentuin overgedragen van het federale niveau naar de gemeenschappen. De nieuwe naam luidt Agentschap Plantentuin Meise.

The logo of the Botanic Garden Meise Who are we ? | About us | History | Jobs| Join us | Partners | Contact us | © 2014 Botanic Garden Meise Facebook Twitter Youtube Flickr Newsletter Issuu Scribd